| Nieuws, 6-5-2003 Opinie-artikel van Amsterdams Initiatief in Het Parool van vandaag Politiek, durf macht te delenIn de 21e eeuw moet de politiek moet zich op een hele nieuwe manier open stellen voor ideeën en voorstellen van burgers. Maar dan wel met harde garanties dat die ideeën ook een eerlijke kans krijgen. Dat is het doel van een plan van Amsterdams Initiatief voor een initiatiefstelsel. Op 15 mei a.s. buigt de raadscommissie zich hierover. Arjen Nijeboer Vorig jaar lanceerden zeven jonge, niet-partijgebonden Amsterdammers – waaronder ondergetekende - een plan voor een ‘initiatiefstelsel’ in Amsterdam. Wij willen geen wederzijds wantrouwen, maar constructieve samenwerking tussen burgers en bestuur. Wij willen dat burgers, als zij denken dat iets beter, efficiënter of leuker kan, zij de eersten zijn die zeggen: daar wil én kan ik iets aan doen! Omdat zij zelf voorstellen op de agenda kunnen zetten mét een harde waarborg dat de politiek deze niet zomaar onterecht terzijde kan schuiven. Wat houdt het initiatiefstelsel in? Burgers kunnen, eventueel met behulp van ambtenaren, met zo’n 1.000 handtekeningen een voorstel op de raadsagenda zetten. De raad kan dit voorstel gewoon overnemen; ze kan het samen met de burgergroep verder ontwikkelen; of ze kan het afwijzen. In het laatste geval kunnen burgers door inzameling van zo’n 25.000 handtekeningen het recht op een initiatiefreferendum verwerven. Een intelligent geheel van spelregels en faciliteiten zorgt voor publiek debat en interactie tussen burgers en bestuur. De raad heeft bij het initiatiefreferendum het recht een alternatief voorstel te doen, zodat burgers een keuze tussen meerdere opties hebben. Het gemeentebudget voor de campagne wordt eerlijk verdeeld tussen het gemeentebestuur en de initiatiefnemers. Er kom huis-aan-huis verspreide referendumbrochure waarin gemeentebestuur en initiatiefnemers evenveel ruimte voor hun argumenten krijgen. Waar kunnen initiatiefvoorstellen over gaan? Over alle onderwerpen waarover het Amsterdamse gemeentebestuur ook bevoegd is. Op diverse bijeenkomsten en via onze website www.amsterdamsinitiatief.nl zijn door Amsterdammers onder meer deze voorstellen gedaan: alle musea gratis toegankelijk, een vaarverbod op een deel van de grachten bij vorst ten bate van schaatsers, parkeerplaatsen langs de A10 met snelle lightrailverbindingen naar de stad, betere faciliteiten voor afvoer hondepoep, meer openbaar vervoer via het water, een officiële status voor niet-christelijke feestdagen, de Vrijmarkt weer vrij, enzovoort. Nadat het plan in november door alle 6 oppositiepartijen in de raad was ingediend, verklaarde de PvdA-fractie zich in een communiqué ook voorstander, mits zij op 2 punten tegemoet zou worden gekomen (uitzondering van de onroerende-zaakbelasting en invoering van een kleine opkomstdrempel bij het referendum). Daarmee steunt het plan in beginsel op een meerderheid. Reactie College teleurstellend De reactie van het College van B&W is teleurstellend. Het College is er wel voor dat burgers een voorstel aan de raad kunnen voorleggen – wat zijzelf al eerder voorstelde - maar niet voor de optie van het intiatiefreferendum. Dit zou een halfslachtige stap zijn waar we weinig mee opschieten. Alle huidige participatietrajecten in Nederland komen erop neer dat burgers wel inbreng mogen hebben, maar niet de uiteindelijke beslissing mogen nemen. Hierdoor blijft de situatie bestaan dat burgers - met recht - kunnen zeggen: “Jôh, het maakt allemaal niets uit, uiteindelijk doen ze toch wat ze willen.” De referendumoptie geeft burgers pas zekerheid dat hun voorstel ook een eerlijke kans zal krijgen; door het initiatiefreferendum zullen burgers zich serieus genomen voelen en veel meer gemotiveerd zijn om ook daadwerkelijk met voorstellen te komen. De raad is door het initiatiefreferendum meer gemotiveerd om voorstellen goed te bekijken en eventuele afwijzingen goed te onderbouwen. Een initiatiefreferendum is een impuls voor het publieke debat, omdat mensen weten dat hun mening nu ook daadwerkelijk ergens toe kan leiden. Deelname aan referenda maakt mensen meer verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van hun stad. Zij krijgen hierdoor meer ogen voor het feit dat zij samen een samenleving aan het opbouwen zijn. In het buitenland is bijvoorbeeld een lagere belastingontduiking aangetoond in gebieden met meer referendummogelijkheden. Het plan van B&W is niets nieuws. Burgers konden altijd al voorstellen aan hun volksvertegenwoordigers richten; Thorbecke’s grondwet van 1848 noemt dit recht reeds voluit. Het Collegevoorstel kleedt dit in feite alleen wat aan. In de 21e eeuw is meer nodig dan dat. Nodig is dat politici hun medeburgers als fundamenteel gelijken beschouwen en hen toestaan om eventueel zelf direct te beslissen over politieke onderwerpen, zodat zij het gesprek op basis van gelijkwaardigheid kunnen aangaan. Het zetten van die stap vereist politieke moed en inzicht van onze politici. Wij – en volgens de peilingen een grote meerderheid van de Amsterdammers met ons – hopen en verwachten dat de raadscommissie op 15 mei voldoende moed en inzicht in zichzelf kan aanspreken. Zodat Amsterdam met recht de hoofdstad van Nederland kan worden genoemd. Het Parool, 6 mei 2003
|
|
||||
|
|||||
------------------------------------------------------------------------------------------------------ |
|||||